Gebruik en veiligheid

Vanuit de historie van een kampvuur werd deze gestookt met droog en verdord hout. Gebruik daarom alleen droog en schoon hout om te stoken. Een kampvuur is geen plek om afval te verbranden zoals plastic, karton en andere brandbare materialen. Omdat de vuurput is ingebouwd in de grond kan er geen materiaal uitvallen. Steek de vuurput aan met aanmaakhoutjes en aanmaakblokjes. Gebruik geen brandbare vloeistoffen zoals spiritus. Gooi geen hout van een afstand in de put maar leg het nieuwe hout rustig op het vuur. Probeer zo min mogelijk te poken, dit veroorzaakt vaak rookontwikkeling. Het vuur zoekt zijn eigen weg. Leg niet teveel hout op het vuur. Zorg ervoor dat bij eventuele calamiteiten de deksel er nog altijd opgelegd kan worden. Bouw de vuurput niet in de buurt van een haag of onder een boom in. Door de warmte die de vuurput produceert zouden deze vlam kunnen vatten. Bij het slapen gaan of weggaan kunt u eenvoudig de deksel weer op de put leggen, zelfs als deze nog brandt. Door de afsluiting van de zuurstof dooft het vuur automatisch. Laat kinderen en (huis)dieren nooit alleen bij een brandende vuurput. Ook als de vuurput net gedoofd is kan de dekselrand nog zeer heet zijn.